De toekomst van het Nederlandse tennis

De Nederlandse tennissers hebben in 2014 op de vier Grand Slams slechter gepresteerd dan de Amerikaan Sam Querrey in zijn eentje. In totaal wonnen de Nederlanders dit jaar vijf partijen in het enkelspel van een Grand Slam. Querrey boekte zesmaal een overwinning. Misschien is het een troost dat de Nederlanders samen wel iets beter voor de dag kwamen dan de Rus Andrey Kuznetsov, die op de Slams vier keer een partij won.

Wat zeggen die magere vijf zeges over de staat van het Nederlandse tennis? Daar kunnen lange en genuanceerde alsook korte en botte antwoorden op worden gegeven, maar beide denkwijzen komen uit op dezelfde conclusie: niet veel goeds. Het Nederlandse tennis beleeft magere tijden en dreigt de komende jaren nog verder weg te gaan glijden.

Gouden Generatie

Martin Verkerk
Martin Verkerk

Het is niet eerlijk om de generatie van Robin Haase, Igor Sijsling, Michaella Krajicek en Arantxa Rus te vergelijken met de Gouden Generatie uit de jaren negentig. Richard Krajicek won Wimbledon 1996 toen de speelstijl “serve and volley” nog mogelijk was. Eltingh en Haarhuis pakten Grand Slams in het herendubbel. Sjeng Schalken nam toen de Gouden Generatie afzwaaide de fakkel over en bereikte driemaal achtereen de kwart finale van Wimbledon. Martin Verkerk piekte eenmalig op Roland Garros 2003. Daarna was de koek op voor Nederland.

Gewonnen partijen op Grand Slams vertoont dalende tendens.

In 2000 boekten Nederlandse tennissers nog twintig overwinningen op de Grand Slams. In 2001 was er een stevige dip naar twaalf zeges, daarna werd de draad opgepakt met 21 partijen in 2002 en 22 in 2003. Na 2004 leverden Schalken en Verkerk geen zeges meer af in de Slams, zodat de teller zakte van twaalf in 2004 naar vier in 2005. Het dieptepunt werd bereikt in 2009, toen Rus zorgde voor de enige gewonnen Slampartij. Vorig jaar, 2013 dus, was ook niet best met slechts vier overwinningen.

Robin Haase

Robin Haase
Robin Haase

We vergeten Krajicek, Schalken en Verkerk. Maar wie zijn dan wel de toonaangevende gezichten van het Nederlandse tennis? De 27-jarige Robin Haase is sinds 2008 de meest constante factor. Inmiddels won hij tweemaal het toernooi van Kitzbuhel in Oostenrijk en draafde hij 23 keer op bij een Grand Slam en even vaak op een Masters, de categorie vlak onder de Slams. Op die 46 Slams en Masters samen won hij 22 partijen. Dat is een veelzeggende, lage score, zeker aangezien Haase sinds jaar en dag gewag maakt van zijn ambitie om tot de mondiale top dertig te behoren.

De 26-jarige Thiemo de Bakker was in 2010 op weg naar die felbegeerde top dertig. Hij won eind 2009 een paar challengers op rij, won vervolgens ook een paar potjes op de Grand Slams, bracht zichzelf onder de aandacht van grote sponsoren en trainers en leek de belofte waar te maken die hij had gekweekt door in 2006 Wimbledon voor junioren te winnen.

In 2010 won De Bakker 28 partijen op ATP-toernooien. Vervolgens verwaarloosde de Hagenaar zijn trainingen en lichaam, kreeg hij fysieke klachten, werd hij het reizen beu en konden de kleinere toernooien hem niet meer inspireren. Hij raakte kortom volledig de weg kwijt en won in 2011 nog maar drie ATP-partijen. Al dik drie jaar tracht de man die “het grootste talent sinds Krajicek” werd genoemd met weinig overtuiging om weer tot de top honderd te behoren.

Igor Sijsling

De 27-jarige Igor Sijsling heeft vier potjes op Grand Slams en eveneens vier partijen op Masters gewonnen. De Amsterdammer werd in 2014 stevig op zijn conditionele mankementen gewezen. Op het US Open en ook in de Davis Cup tegen Kroatië ging hij vanuit winnende posities ten onder vanwege uitputting. In 2013 gaf hij tweemaal op, waaronder op Wimbledon. In de jaren daarvoor verloor hij negenmaal een duel vanwege een opgave. Gezien zijn leeftijd zal Sijsling niet ineens a la Andy Murray transformeren van een frele jongen in een musculair monster.

Kiki Bertens

Kiki Bertens
Kiki Bertens

Bij de dames is Kiki Bertens de grootste troef van Nederland. Dit jaar reikte ze tot de vierde ronde van Roland Garros, een evenaring van Rus in 2011. Laatstgenoemde verliest echter al jaar in jaar uit meer partijen dan ze wint op de WTA-tour, ook in 2011. De 22-jarige Bertens heeft in 2011 en 2012 in elk geval even vaak gewonnen als verloren en lijkt in 2014 af te stevenen op een positief saldo. Minstens de helft van je partijen winnen is de sleutel tot een stabiele positie op de ranking, want als je vaker wel dan niet de tweede ronde van een toernooi bereikt, hou je veel spelers achter je.

De lotgevallen van Michaëlla Krajicek, het halfzusje van Richard, lijken enigszins op die van De Bakker. Ook Krajicek won een titel bij de junioren (US Open 2004), ook zij raakte door een gebrek aan professionele begeleiding en desastreuze persoonlijke keuzes in het slop. In 2007 piekte ze met de kwart finale op Wimbledon maar vanaf het US Open 2008 tot het US Open 2012 ontbrak ze op twaalf Slams op rij.

De toekomst

De huidige generatie kan hoogstens hopen op een terugkeer in de bovenste regionen van de top honderd (De Bakker, Thomas Schoorel) of een pendelbeurt tussen de plekken 50 en 80 (Haase, Sijsling). In Bertens lijkt nog de meeste rek te zitten. De andere dames (Krajicek, Rus) zijn te grillig en onzeker. Wat Grand Slams betreft zal het totale aantal gewonnen partijen in het enkelspel nog wel een paar jaar onder de tien blijven.

Waar zijn de Nederlandse spelers van twintig jaar of jonger, die Haase, Sijsling en De Bakker kunnen opjagen? Of de meiden die bij de nog jonge Rus en Bertens aansluiten, zodat ze samen naar sfeerloze toernooien in alle uithoeken van de wereld kunnen reizen om elkaar te steunen en beter te worden via dubbelpartijen?

Tim van Rijthoven

Tjerk Bogstra, voormalige captain van het Davis Cupteam, zegt: “Ik verwacht op korte termijn geen doorbraak van een speler, dus we moeten het nog even met deze groep doen. Sijsling en Haase werden in 2006 al geselecteerd voor de Davis Cup. Zij zitten er nu nog steeds bij.” John van Lottum, die het vanwege een te fragiele lijf en geest nooit verder schopte dan plek 62, ziet ook geen snelle ommekeer. “Deze jongens moeten minstens vijf jaar nog de kar trekken, daarna ontstaat er een flink gat. Misschien dat Tim van Rijthoven het gaat redden.”

De in april 1997 geboren Van Rijthoven staat momenteel 26e op de ranking voor junioren. Zijn beste resultaat in 2014 was de kwart finale op Wimbledon. Tallon Griekspoor is de nummer 170 en daarna treffen we pas weer een Nederlander junior aan op plek 619. Bij de meisjes staat alleen Roos van der Zwaan in de top honderd: 92e.